Openingszinnen

ik heb zin, en jij een opening
watopeningszinnen
waarin cafés, op straat en dergelijke
masturbeer jijWAT?
wat studeer jij, vroeg ikoh, ik dacht al, haha

Dit weekend was ik in een café getuige van het volgende: een jongen liep met een viltje op zijn neus naar de andere kant van het café en sprak een meisje aan. Ik kon niet verstaan wat hij zei, maar ik zag wel dat ze in de lach schoot. Ze gingen later samen naar huis. Hij schijnt te hebben gezegd: ‘Gooide jij dit viltje?’

Volgens www.women-online.nl – om maar eens een autoriteit in te roepen – hebben vrouwen desondanks een voorliefde voor standaard openingszinnen. De uitleg die daarbij wordt gegeven, vind ik een beetje vreemd: voor veel vrouwen zou het er namelijk op wijzen dat mannen die hen zo aanspreken ‘humor hebben’. Ik zie het verband niet: het is niet gezegd dat iemand muzikaal is als hij Guitar Hero op expertlevel speelt, of dat hij lekker ruikt als hij douchekoppen ontwerpt.

Niettemin heeft de openingszin van een man in 68 procent van de gevallen de gewenste uitwerking (nog steeds volgens hetzelfde artikel, dat slecht vertaald uit The Telegraph is overgenomen, maar dat staat er niet bij), dat wil zeggen: in ongeveer twee van de drie gevallen heeft de vrouw een afspraakje gehad met degene die op haar was afgestapt.

Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat clichés vaak tot nadere kennismaking uitlokken, in ieder geval vaker dan ingewikkelde, nodeloos lange of al te gezochte openingszinnen.

Wie zou in er godsnaam met zo’n vrouw willen verkeren? Niemand, zou je denken, want het is iemand die denkt dat je grappig bent ómdat je met een openingszin komt, en die bovendien ingaat op de eerste de beste platitude als: ‘Deed het pijn toen je uit de hemel viel?’
(Een openingszin die doet denken aan hetgeen Friedrich Nietzsche op Lou von Salomé uitprobeerde: ‘Vanaf welke sterren zijn wij elkaar toegevallen?’ Hij vroeg haar later ook nog in het bestek van enkele weken twee keer ten huwelijk, maar dat leidde ook nergens toe.)

klik voor Satan

Gesteld dat je je wilt beperken tot vrouwen die originele of minder gangbare openingszinnen kunnen waarderen, dan zit je in een lastig parket. Als ze je afwijzen, is het onduidelijk waarom dat gebeurt: je openingszin is of te moeilijk of niet moeilijk genoeg.

Ik ben blij dat ik op een feestje aan mijn vriendin werd voorgesteld met de vraag: ‘Dit is mijn nichtje Eline. Wil je goed op haar passen?’

Deze recensie verscheen op 26 januari in de Volkskrant.

Hele processen zien

Processen
wathele processen zien
wanneeraltijd
klinkt vermoeiendis het ook

Dingen zijn altijd de uitkomst van een proces dat eraan vooraf is gegaan. Dat hoeft niet lang te duren: zo komt pijn aan je kleine teentje omdat je hem zojuist keihard hebt gestoten aan een blok haardhout dat daar klaarlag om die avond in de fik gestoken te worden. Dat blok haardhout heeft ook een redelijk overzichtelijke geschiedenis: het was eerst een zaadje; dat zaadje groeide uit tot een boom; die boom was de klos en nam uiteindelijk wraak op mijn kleine teentje, voor de hele mensheid. Pak aan, rotmensenteen!

Deze processen zie ik bijna altijd. Als ik lekker voor de open haard zit te niksen, heb ik daar niet zo’n last van. Blader ik vervolgens in een tijdschrift, dan vliegen ze me weer om de oren. Lees ik bijvoorbeeld een woonblad, dan zie ik niet alleen meubelen. Ze zijn namelijk van hout, en ik mijmer weer wat over die bomen en die zaadjes. Maar ook de stylistes die de meubelen hebben uitgekozen bij een woonwinkel. De woonwinkel die bevoorraad wordt door vrachtwagens. De fotograaf die de foto heeft gemaakt, de vormgevers die er een tekst overheen hebben geplakt, de redactievloer vol mensen die druk op hun computers zitten te rammelen. Tekstschrijvers, adverteerders, telefoontjes, e-mails. En het is een interieurblad, dus alles wat ik zie, wordt in mijn hoofd tegen mijn eigen huis gehouden. Het houdt gewoon niet op en het leidt af.

Lees ik een boek — zelfs een dat me volledig grijpt — dan zie ik ook altijd de auteur voor me, die zinnen schrapt of goedkeurt. Boeken zijn trouwens ook van bomen gemaakt, o mijn god houdt het dan nooit op! Nee, het houdt nooit op. Sterker nog, door de jaren heen leer je meer en meer processen kennen. Kon ik ze maar negeren, maar negeren is iets dat ik dan weer voor me zie in mijn hersenen, als neuronenverbindingen die actief iets gaan zitten doen dat dan leidt tot iets niet meer doen. Hoe kan zoiets? Even opzoeken.

De hoeveelheid sterren die het zien van hele processen krijgt is trouwens als volgt tot stand gekomen: ik wilde er eigenlijk vijf geven, omdat het gaaf is om veel processen te kennen, maar ik besloot er twee vanaf te halen omdat ik er last van heb.

Vuur aansteken

fireplace-main_Full2
wateen vuur aanmaken
methout en kranten
zonderspiritus

Toen Prometheus het vuur van de goden stal en aan de mensheid gaf, was ik denk ik net even ergens een kebabje halen. Wat ik ook probeer, ik krijg het niet aangestoken.

Doorgaans begin ik niet aan dingen voor ik eerst de theorie volledig heb doorgrond. Als ik een nieuwe televisie koop, dan lees ik zeer nauwkeurig hoe ik de voetbalkanalen kan blokkeren voor ik het apparaat aanzet. Bij het tennissen vraag ik mijn leraar hoe de serveerbeweging precies in elkaar steekt. Als ik een taal leer, heb ik de volledige grammatica onder de knie zonder ook maar één gesprek te hebben gevoerd. Dit is soms onhandig, omdat gesprekspartners altijd verrast zijn hoe goed ik de taal beheers en mij vervolgens belonen door heel hard onverstaanbare zinnen terug te zeggen.

De open haard heeft geen instructies. Hierdoor is het elke keer weer een kwestie van trial and error. Tot nu toe heeft deze methodiek de volgende kennis opgeleverd:

  • Grote blokken hout: gaan niet aan.
  • Kranten / handleidingen / belastingenveloppen van een huisgenoot: lukt goed, maar kort.
  • Leg alles dicht bij elkaar zodat het niet instort: lukt niet, want er komt geen lucht bij.
  • Leg alles lekker losjes tegen elkaar aan zodat er voldoende zuurstof bij komt: lukt niet, het stort meteen in.
  • Laat iemand anders het vuur aansteken: zeer succesvol.

Klik voor triester.

Het zal wel komen doordat ik de jongste van drie broers ben. Niemand vroeg mij ooit om het vuur aan te maken. En toen ik zelf samenwoonde was het mijn zeer padvinderkundige Canadese ex-vriend die altijd met succes het vuur aanstak – en het hout hakte, en de boot bestuurde, en een meer van zeven kilometer doorsnee over schaatste om vissen te vangen in een klein wak, en beren schoot zodat we vlees hadden en ons konden kleden.

Maar ik moet het zelf leren. Is er iemand die mij het eens wil uitleggen? (Het liefst 25 – 32 jaar, met een vikingachtig uiterlijk, een laid-back houding en die het prima vindt om er vervolgens gezellig saampjes voor te gaan liggen.)

Deze recensie verscheen dinsdag 24 januari 2012 in de Volkskrant.

UPDATE: een dag later: