Warp Drive

header-warp
watWarp Drive
waarin Star Trek

Iedereen weet dat warp drive (een manier om sneller te gaan dan het licht) helemaal niet kan. Dat wordt namelijk pas in 2063 uitgevonden door Zephram Cochrane, waardoor een passerend Vulcanschip zal besluiten het eerste contact met mensen te leggen. Dat duurt dus allemaal nog vijftig jaar. Ondertussen ben ik al wel fan van warp. Niet alleen omdat het het bestaan van Star Trek mogelijk maakt – zonder warp zou Star Trek een nogal suffe serie zijn, met de Enterprise die een beetje in een paar dagen naar de maan vliegt en dan weer terug, zonder enige interactie met andere, buitenaardse soorten – maar vooral vanwege de manier waaróp warp wordt gevisualiseerd in de Star Trek-series en -films.

Het is misschien wat voor de James Bondfan het moment is waarop James zijn martini bestelt (shaken, not stirred). Zo zit ik elke nieuwe Star Trek-film te wachten hoe warp er nu weer uit gaat zien. Over het algemeen is het zo: in het ruimteschip wordt een commando gegeven, iemand drukt op een knop of haalt een hendel over, vervolgens rekt het schip zich naar voren uit, blijft het achterste gedeelte hangen en schiet het schip naar voren als een elastiekje, om te verdwijnen in een lichtflits verderop. Vaak gaat het gepaard met het achterlaten van warpsporen. (Overigens zou ik oppassen met het achterlaten van warpsporen, die worden bijna altijd door slechteriken gescand om te zien waar je uithangt.)

Dit weekend keek ik dan ook gespannen uit naar de warpvisualisatie in Star Trek: Into Darkness, de laatste Star Trek-film. Bij de vorige Star Trek-film (Star Trek) was ik al meer dan tevreden, maar ditmaal werden mijn verwachtingen overtroffen. De Enterprise schiet met zo’n geweldige knal warp in, dat ik hardop zat te applaudisseren in de bioscoop. Dat was misschien gênant, maar niet zo gênant als de mensen achter me, die hardop seks hadden en daarna in warp 7 de bioscoop verlieten.

Klepper

header-klepper
watKlepper
wat is dateen app
wat kun je daarmeeechte post versturen
is dat niet heel ouderwetswelnee

klepper klepper

Je kunt veel dingen over me zeggen (veel dingen die waar zijn bedoel ik) maar niet dat ik attent ben. Ik ben zo ongeveer het tegenovergestelde van attent, wat zoiets is als ‘ik zou de verjaardag van mijn eigen kinderen nog vergeten als ze me er niet zelf maandenlang van tevoren dagelijks aan zouden herinneren’. Jaloers kijk ik altijd naar mensen die geen dag van belang missen, die bloemen sturen, die altijd de beste cadeautjes voor de meest doorsnee mensen weten te vinden, die die cadeautjes ook nog eens op tijd kopen en ze dan ook nog eens leuk verpakt precies genoeg dagen van tevoren op de post doen. Naar het juiste adres. Met de postcode netjes ingevuld. Enfin, u kent dit soort mensen vast ook wel.

Ik probeer het wel, want ik wil graag zo zijn. Zie ik op Facebook dat iemand jarig is, dan stuur ik een WhatsApp-bericht gevuld met ballonnen of plaats ik een foto van een slagroomtaart op zijn of haar profiel. Maar dat was het dan ook wel. Tot nu! Met Klepper kun je fotokaarten versturen naar iedereen van wie je het adres kent. Het enige wat je hoeft te doen is een foto maken met je telefoon (of jatten van internet), er een lollig tekstje onder zetten en het adres van de gelukkige ontvanger invoeren. Staat dit adres al in je adresboek dan hoef je zelfs dat niet te doen. En dan BAM verstuur je hem, met één druk op een knop.

Dat er vervolgens ergens achter de schermen iemand voor jou die foto mooi glossy in de vorm van een Polaroid aan het uitprinten is en deze in een luxe envelop stopt en er een postzegel opplakt en nauwkeurig het juiste adres erop schrijft en voor je naar de brievenbus loopt zal jou een worst zijn, want dat schuldgevoel heb je mooi afgekocht met €1,99 per kaart. Prima. Al mijn familie en vrienden weten inmiddels weer dat ik besta. Bedankt Klepper!

P.S. Ons adres is Nieuwe Herengracht 49, 1011 RN Amsterdam.

Vechten

header-vechten
watvechten
waarin Groningen
waaromik was een omstander

Ik heb één keer gevochten, en met gevochten bedoel ik dat ik na één tik op mijn smoel op de grond lag. Dat gebeurde in dezelfde memorabele nacht dat ik 0900-TUIG belde en mij racisme werd aangewreven.

In Groningen had ik een huisgenote die het hield met een indolent type. Om de zoveel tijd kwam hij in een wrakke Mazda aankachelen, om vervolgens in onze keuken dagen achtereen een geheim brouwsel van kip en kruiden in een kolossale pan te laten gaar zeuren. Soms was hij zo attent om het keukenraam open te zetten, al begreep hij volgens mij slechts ten dele dat er op die manier niet alleen lucht naar buiten, maar ook naar binnen kon, met als gevolg dat de keuken ook geregeld naar gas in plaats van kip rook.

Op een nacht hoorde ik iemand binnenkomen, waarop al snel in de kamer van mijn huisgenote geschreeuw en gehuil uitbrak. Volgens de medewerker van 0900-8844 (‘geen spoed, wel hulp’) moest ik de situatie inschatten. ‘Dat heb ik gedaan, mevrouw. Daarom bel ik u. Of had ik meteen de politie moeten bellen?’ ‘Dat kan ik niet inschatten, meneer.’

Ik besloot naar beneden te gaan. Ik klopte aan, en er werd zowaar opengedaan. De jongen nam mij mee naar de keuken, waar hij mij omstandig uitlegde dat mijn huisgenote tegen hem had gezegd dat ze iemand niet leuk vond, maar later tóch met die persoon had gesproken. Wat ik daar wel niet van vond. ‘Dat kan ik niet inschatten,’ zei ik. ‘Maar misschien moeten jullie een andere keer je discussie voortzetten, want ik heb de indruk dat ze nu niet bij machte is je fatsoenlijk te woord te staan.’ Hij verdween weer in de kamer van mijn huisgenote, na de opmerking dat hij nog twee minuten nodig had.

Na anderhalve minuut getier en gejank klopte ik weer aan. Deze keer deed mijn huisgenote open. Over haar schouder zei ik niet geheel naar waarheid tegen die jongen: ‘Die twee minuten zijn voorbij.’ Hij kwam op me af en zei: ‘Ik weet wel dat je mij een vieze neger vindt, maar dit is mijn vriendin.’ Ik begreep het verband niet helemaal. Twee seconden later lag ik op de grond. Niettemin ging hij weg, al gooide hij nog wel een ventilator van de trap. Ik zag meer dan het maximale aantal van vijf sterren.

Deze recensie verscheen op 14 juni 2013 in de Volkskrant.