platte paashazen

platte-paashaas-2
watetalagemateriaal
wanneerrond de paasdagen
waaroveral

Vorig jaar waren ze al hier en daar te zien, maar dit jaar hebben ze zich epidemisch verspreid: de platte paashazen. Het zijn grote witte stoffen paashazen, die in etalages geplaatst worden om een winkel een pazig tintje te geven.

kijk hoe plat!

kijk hoe plat!

De eerste keer dat ik de platte paashaas zag, vond ik het nog zo schattig: de moeder van de winkelier had nog een paar stukjes stof en zeeën tijd over, en had een haas met een tuinbroek en een strik in elkaar genaaid. Twee stukken wit kussensloop op elkaar, wat watten erin, gezichtje erop getekend. En dan het tuinbroekje van een groen-geel ruitje. Het tuinbroekje dat ze eigenlijk voor de kleinkinderen wilde maken, maar die lieten alsmaar op zich wachten.

Daarna zag ik er meer en meer. Ik heb natuurlijk een paashaasradar ontwikkeld en zie er daardoor meer dan anderen, maar voor een middelmatig oplettend persoon zijn ze onontkoombaar. Dat kan maar twee dingen betekenen: al de winkeliers met paashazen in hun etalage hebben een overijverige moeder met een abonnement op hetzelfde knutseltijdschrift, of al deze winkeliers hebben in een groothandel/tuincentrum gestaan en gedacht: ja, dat is mooi genoeg voor in mijn winkel. En dat is nu juist het verwonderlijke, ze zijn vreselijk lelijk. Tuttiger dan The Great Britisch Bake Off en zo driedimensionaal als Sidonia. Ze zijn zo plat dat je ze van de zijkant eigenlijk niet ziet.

paasverschrikkers, supercreepy

paasverschrikkers, supercreepy

De platte paashazen hebben bijna het verspreidingsniveau bereikt van de lichttrappetjes die in de jaren negentig rond Kerstmis in elke vensterbank van Nederland stonden. Ik zag er gisteren twee in een café, de eigenaar had heel gezellig wat stro aan de onderkant van de tuinbroek gestopt om het nog enige vulling te geven. Toen zag ik pas waarom de platte paashazen me zo opvallen: ze zijn doodeng. En de cafébaas had er een vogelverschikker van gemaakt, ontzettend ongepast tijdens Pasen.

een dag

zonsondergang
watéén dag
hoe lang24 uur of. eh. 12?

‘Morgen stop ik met koffie drinken’ is een heel duidelijke zin. Vandaag is het vrijdag, morgen is het zaterdag, dan stop ik met het drinken van ontvelde, gemalen, gedroogde, en geroosterde zaden van de steenvrucht van de koffieplant. Maar als ik dit na middernacht tegen iemand zeg is er verwarring. Want waarom sta ik dan net nog een espresso weg te slurpen? Omdat het nog geen morgen is!

Ik vind het supergek dat er over het begrip dag zo lastig gedaan wordt. Een dag duurt 12 uur, een etmaal duurt 24 uur, maar dit zijn beide grenzen waar niemand rekening mee houdt. Ja, ze zijn handig om de dagtelling bij te houden en iemands groet te verbeteren als het vijf over twaalf ’s middags is. Maar verder richt niemand zijn dag in op 12 of 24 uur.

even een nachtje behangen

even een nachtje behangen

Kijk maar naar deze zin: Vandaag ga ik de zolder behangen. Niemand die dit hoort verwacht dat je om middernacht opstaat, begint met behangen, en stipt om 23:59.59 je behangkwast neerlegt in je bloemetjesemmer.
Je dag is zo lang als je niet slaapt. Als je ’s avonds naar bed gaat eindigt je dag, ook als is het vaak na middernacht. En als je wakker wordt is het morgen. Tenzij je een luie puber bent en na twaalven wakker wordt natuurlijk, dan is het morgenmiddag. En ja natuurlijk, als je een nachtje niet slaapt vind ik ook wel dat het op een gegeven moment de volgende dag is. Maar dan vind ik zonsopgang een duidelijker moment dan middernacht.

Zelfs mijn verjaardag vieren op de dag voor mijn verjaardag, maar na middernacht vind ik vreemd. Morgen ben ik pas jarig. Het enige moment van het jaar dat ik om middernacht accepteer dat het de volgende dag is, is op oudjaarsdag. Maar als ik dan na het proosten zeg ‘nee ik wil geen oliebol, die eet ik lekker morgen koud op’, bedoel ik niet 2 januari.

Slot tegen ventiel

header-fietsslot
watde kans dat je kettingslot tegen je ventiel komt
hoe groot is die kansgroot

Als je je fiets parkeert en op slot wil zetten, gebeurt het onwaarschijnlijk vaak dat je je ringslot niet dicht krijgt omdat het op een spaak stuit. Eerst dacht ik dat ik het me inbeeldde omdat het brein nu eenmaal de neiging heeft negatieve ervaringen hardnekkiger op te slaan, tot ik op de site wereldfietser.nl op een heel forumtopic stuitte gewijd aan precies dit onderwerp.

Wat blijkt: de kans is best wel groot dat je ringslot op een spaak stuit, namelijk ongeveer vier op tien. Dit komt omdat het slot zelf best wel dik is en de kans dat een deel van die dikte een spaak raakt veel groter is dan je dacht. Althans, dan ik dacht. Hoe dan ook, sinds ik dit weet moet ik gemiddeld vier van de tien keer een beetje grinniken na de harde tik van mijn ringslot tegen weer een spaak. Haha, leven, grinnik ik dan, met je kansberekening.

Helaas heb ik nu een nieuwe materie gevonden om me over op te winden: zodra ik mijn kettingslot door mijn voorwiel probeer te leggen vanaf mijn frame (zo hoort dat in Amsterdam: altijd je wiel aan je frame aan iets op de grond vastleggen met een loodzware ketting) stuit ik bovenmatig vaak op mijn ventiel. Ongeveer net zo vaak als in dat hele ringslotdebacle. Hoe kan zoiets?

Er zit echt maar één ventiel in mijn voorband en toch zit hij gevoelsmatig elke keer in de weg. Ik probeer een plausibele verklaring te vinden voor dit verschijnsel, maar ik kom er niet uit. Heeft het misschien iets te maken met dat mijn wiel precies op die manier aan mijn ketting is gerelateerd en dat ik altijd in dezelfde trapperstand afstap? En hoe zit het dan met mijn drie versnellingen?

Vooralsnog ga ik ervan uit dat dit wél onder het opslaan van negatieve ervaringen valt, maar voor de zekerheid ben ik onlangs begonnen met elke dag een foto maken van de slot-kettingsituatie. De stand is momenteel drie keer raak van de vijf keer op slot zetten. Hier is het laatste nog niet over gezegd. Tot die tijd: twee sterren en één ventiel.