| wat | de zaden van de iep |
|---|---|
| ook genaamd | iependubbeltjes |
| wanneer | nu |
| waar | overal op en tussen |
Iepen zijn bomen die men vooral kent van de iepenziekte. Door deze ziekte werden en worden bomen geruimd alsof het gekke koeien, mond- en klauwvarkens of grieperige kippen zijn. Maar als je denkt dat er daardoor niet zoveel iepen meer over zijn heb je het mis. Dat is het best te zien in deze tijd van het jaar. Zeker als je in de stad woont.
Je zou zeggen dat iemand die buiten de stad woont meer met bomen te maken heeft dan een stadsbewoner. Maar met de iep is dat anders. Rond deze tijd van het jaar heeft de iep zaden, en die zijn echt óveral. Het zijn die lichtbruine vliezige rondjes. De Recensiekoning headquarters zitten aan een gracht op 4 hoog, en met dit warme weer is het lekker om de ramen open te zetten. Gevolg is deze week dat het binnen af en toe een winterwonderland lijkt door de ronddwarrelende blaadjes. Overal liggen hopen blaadjes, er was niet tegenop te bezemen. Er is momenteel hier in de buurt geen huis waar geen iepenzaadjes zijn. Als je de stad inloopt is het nog erger.
De grachten liggen vol, en als het regent ligt er iepenprut. Tegen de stoepranden hoopt het iepenzaad zich op, wat gelegenheid biedt aan wat Koot en Bie ‘kicks voor niks’ noemden: zowel lopend als fietsend kun je met je voet iepenzaadhopen maken. Met de hulp van een zuchtje wind geeft dat prachtige zaadsneeuwtaferelen. Iependubbeltjes noemt men ze, Dagobert Duck zou erin zwemmen.
Laatst bedacht ik me opeens dat die zaadblaadjes niet alleen maar voor onze fun of ergernis de stad overnemen, maar natuurlijk een natuurlijk doel hebben. Dat zal ik even uitleggen. Papa-iep en mama-iep vinden elkaar erg lief en gaan dan samen knuffelen. Dan komt er iepenzaad en de bedoeling is dat daar lieve babyiepjes uit groeien die op hun beurt ook weer de stad kunnen sieren. Niets is minder waar. Ik durf te wedden dat van al die miljoenen of misschien wel miljarden zaadjes niet één boom komt. Dat is nog extremer dan de enorme hoeveelheid spermacellen waar nooit een baby uit komt, want het iepenzaadje is zelfs al bevrucht. Miljarden iepenembryo’s die het levenslicht niet zien. En als er dan een zaadje het tot een vruchtbare middenberm haalt en ontspruit tot een boompje, weet de plantsoenendienst daar wel raad mee. Zelfs in de stadsparken geloof ik niet dat er zomaar een zelfbeschikkend boompje het tot volledig wasdom schopt. Het is een stad. Het is Nederland. Bomen worden aangeplant.
Ik vind op straat met m’n voeten door de iepenzaadhopen gaan erg leuk. Vijf sterren daarvoor. Een ster aftrek voor de rommel in huis en op straat als het regent. En eentje aftrek voor het nutteloos geworden natuurfenomeen. Drie sterren.
PS: Brigitte Kaandorp over zaad:
Deze recensie verscheen op 3 mei in de Volkskrant.












Ik blijf idd stofzuigen, argh!
Applaus voor hoe je van zo’n irritant fenomeen zo’n leuk stuk kunt schrijven!
In de mail, maar te leuk om niet ook hier te plaatsen:
Geachte recensiekoning,
U heeft de weddenschap verloren. In 1988 verhuisde ik naar Almere. Daar betrok ik een nieuwbouwwoning. De buurt was kaal, de tuinen leeg. Na een paar jaar ontdekte ik een klein boompje tussen het reguliere onkruid. Dat boompje was daar spontaan opgekomen. Het groeide uit tot een heuse iep. Helaas stond hij wat ongelukkig in een klein stukje tuin tussen de buren en mij in. Nadat er een flinke tak was afgewaaid heb ik de rest ook maar gerooid. Bewijs is er dus niet meer. U zult me op mijn blauwe ogen moeten geloven. En die heb ik.
Met vriendelijke groet,
Norbert, (inmiddels) Wageningen
Duh, Almere is dan ook geen stad
“met dit warme weer”?? Het is nog geen 10 graden…
En nu ik toch aan het zeuren ben: iepen zijn hermafrodiet, oftewel mannetje en vrouwtje tegelijk. Er hoeft dus niet geknuffeld te worden (scheelt een hoop gedoe). Ze moeten alleen het stuifmeel ergens op de stempel van een stamper zien te krijgen – in dezelfde boom of in een andere. Dan krijg je zaadjes.
Overigens: betweters altijd -1.
Ik heb al stilletjes geweend om alle nieuwe boompjes die niet uitkomen. Die zaadjes die zich zo dapper, maar zo kansloos tussen stoeptegels, graszoden en damesborsten nestelen. Gelukkig kunnen ze wel kortstondige blijdschap bieden wanneer een windvlaag zo’n bergje optilt en als een gouden regen boven ons uitstort..
Hmm, bij nader inzien is gouden regen misschien ietwat onhandig gekozen..
Zo heet toch ook al een andere boom/struik/plant
klopt, en een ander fenomeen.
Google levert honderden basisscholen die Goude Regen heten, 200 duizend pagina’s over de struik en verder nog wat therapeutische centra en straatnamen. Nu ben ik benieuwd: wat is dat andere fenomeen?
-1 voor Goude.
Oh, laat maar. Inmiddels iets verder gekeken dan mijn neus lang is.
Marvel: dat andere fenomeen, tja… Misschien moet je het eens vertalen naar ‘t Engels en dan Googelen?
Hulde voor Brigitte Kaandorp!
Wow! Wij hebben ons afgelopen koninginnedag zowel erg beziggehouden met deze zaadjes als met het fenomeen ‘Kicks voor niks’
(zoals het rond laten reutelen van een oppe wc-rol en het laten ploffen van een pak kranten).
‘oppe’
De vogels zijn er gek op. vergeten alles om zich heen door het iepenzaadjesfestival.
http://vimeo.com/23122977
Leuk stukje! Dat zijn de beste, de stukjes over de onderwerpen waar je eigenlijk nooit bij stilstaan en – dat staat waarschijnlijk ook met elkaar in verband – waar ook niet zoveel over te zeggen valt. Kudos voor de cirkelgrafiek trouwens, de symboliek is erg goed gevonden.
Iepenzaadjes zijn een beetje als sneeuw: je wilt altijd als eerste door een ongeschonden berg lopen/fietsen, zo leuk!!
Pingback: 24 mei – Iepenzaadjestijd | Wintermanskaffee