| wat | taalpuristen |
|---|
Een zelfverklaarde taalpurist spreekt zichzelf tegen: het woord ‘purist’ is namelijk ontleend aan het Frans. In dat woord herkennen we het Latijnse ‘purus’, dat ‘zuiver’ betekent. In de Van Dale wordt ‘taalpurist’ omschreven als ‘iemand die zijn moedertaal wil zuiveren van vreemde invloeden en andere onzuiverheden’, en ‘purisme’ als ‘taalzuivering’. Het woord ‘taalpurisme’ komt er niet in voor.
Nu kan men opwerpen dat hier sprake is van een bijzonder strikte begripsbepaling van taalpurist. Het zou dus gaan om iemand die niet alleen een banvloek uitspreekt over elk woord dat ongewijzigd uit een andere taal wordt overgenomen (een leenwoord), maar ook over elk leenwoord dat aan het taaleigen van de nieuwe taal is aangepast (een bastaardwoord).
Dat geef ik toe. Vaak bedoelt men iets anders met dit woord, bijvoorbeeld iemand die probeert barbarismen in onze taal (waartoe germanismen, gallicismen en anglicismen behoren) terug te dringen. De meeste taalpuristen zullen woorden als ‘letter’, ‘muur’, ‘kelder’, ‘sociaal’, ‘tent’ en ‘dubbelpion’ ongemoeid laten. Toch gaat het in alle gevallen om leen- of bastaardwoorden waarvoor (in het Midden-)Nederlands volwaardige synoniemen bestaan (zie de website webstek van de Bond tegen Leenwoorden).
De vraag luidt dus: wanneer hebben we te maken met een barbarisme en wanneer met een ontlening? Het woord ‘computer’ bijvoorbeeld is een leenwoord uit het Engels (van het werkwoord ‘to compute’ – berekenen). Heeft het zin om ‘rekenaar’ te gebruiken?
Ik vind van niet, omdat de invoering van dit woord niet het gevaar met zich meebracht dat een Nederlands woord zou verdwijnen. Het veelgehoorde argument (ik schreef bijna het ouderwetse ‘bewijsgrond’) dat ontleningen de taal verrijken, lijkt mij niet juist. In de meeste gevallen verdringen zij Nederlandse woorden, en daardoor verarmen zij de taal.
Het beroerde is alleen dat het hier weinig uithaalt als je je tegen het gebruik van bepaalde woorden keert. Zo gebruik ik de woorden ‘evalueren’ en ‘data’ niet, mede op gezag van Willem Frederik Hermans en Karel van het Reve, die al in de jaren zeventig vergeefs tegen het gebruik van deze woorden bezwaar maakten.
Hermans schrijft ergens – ik kan mij niet herinneren waar – dat geen enkel land zijn eigen taal zozeer haat als Nederland. Toen ik als middelbare scholier kennismaakte met leeftijdgenoten uit Italië, kwam ik tot de ontdekking dat zij het werk van Dante (1265-1321) zonder moeite konden lezen. Zelf las ik in die tijd Shakespeare (1564-1616) vlotter dan onze eigen dichter Vondel (1587-1679). Nederland heeft eeuwenlang geen puristen gekend of heeft niet naar hen willen luisteren.
Tot slot wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om de taalpurist een hart onder de riem te steken door iedereen die de uitdrukking ‘een punt hebben’ bezigt, een onverlaat te noemen. Dit is het lelijkste anglicisme (‘he’s got a point) dat ooit ingang in de Nederlandse taal heeft gevonden.
Een ster eraf omdat deze kwestie zeer vermoeiend is.












Vondel las je waarschijnlijk in de oorspronkelijke spelling, Shakespeare in een ouderwets aandoend maar stiekem toch gemoderniseerd Engels. De échte teksten van Shakespeare zagen er qua spelling veel raarder uit.
Een reden dat Vondel minder leesbaar is dan Shakespeare is omdat de Nederlandse spelling zich altijd heeft aangepast aan de fonologische veranderingen die bij taal onvermijdbaar zijn. De uitspraak van bepaalde woorden verandert nu eenmaal door de loop van de eeuwen en de Nederlandse spelling past zich daar op aan.
Het Engels daarentegen heeft dat de afgelopen eeuwen niet meer gedaan waardoor uitspraak en spelling vaak niets meer met elkaar te maken hebben (denk aan ‘knight’) al heeft de Amerikaan Webster het wel geprobeerd waardoor we nu met Amerikaanse en Britse spelling zitten…
En over die leenwoorden staat een mooi boekje online waarin ook woorden en begrippen die we zelf uitleenden worden uitgelegd.
Verder zijn mensen gewoon lui en zullen altijd een leenwoord gebruiken als dat minder moeite kost om iets over te brengen dan het Nederlands, want waarom zou je garnalenkoekje zeggen als je ook kroepoek tot je beschikking hebt?
Het is waar dat de spelling in het Nederlands vaker is veranderd dan in het Engels, en dat daarom ouder Nederlands relatief moeilijker is te lezen dan ouder Engels. Dat de spelling ‘zich altijd heeft aangepast aan de fonologische veranderingen die bij taal onvermijdbaar zijn’ is echter onzin. De spelling in het Nederlands heeft zich vaak aangepast doordat we in Nederland van commissietjes houden en doordat het waanidee leeft dat het leren van de spelling eenvoudiger is als je deze ‘versimpelt’. Helaas bestaat de ultieme spelling niet, en maken mensen juist meer spelfouten als je de spelling regelmatig aanpast. Zie voor meer informatie het boek ‘Spellingverandering van zin naar onzin (1200-heden) door G.C. Molewijk.
Wouter heeft gelijk als het over Shakespeares spelling gaat. Verder hebben talloze gewone Engelse woorden bij Shakespeare een andere betekenis dan in het huidige Engels. Dat vermeende leesgemak is dus zeer verraderlijk.
Het Nederlands kent een lange puristische traditie. Denk aan de nieuwe woorden van Hooft en Stevin. En denk ook aan onze grammaticale woordenschat: onderwerp, lijdend voorwerp, enz. Mooie voorbeelden uit de vorige eeuw zijn “omroep” en “frisdrank”.
‘Rekenaar’ voor computer is niet eens zo gek (zie het Afrikaans). Sommigen zeggen dat dit woord een leemte vult. Klopt, maar ooit vulde ‘velocipède’ ook zo’n leemte en toch zijn we – via het nooit echt aangeslagen ‘rijwiel’ – op ‘fiets’ overgestapt.
Het is onzin om alle leenwoorden te mijden, maar om alles klakkeloos over te nemen, is het andere uiterste. Momenteel is het Engels de favoriete leverancier van nieuwe, ‘vlotte’ woorden. We mogen best wat creatiever worden en minder lui leentjebuur spelen bij de machtigste taal van het moment. René Appel verwoordde het mooi: Griekse, Latijnse en Franse woorden sijpelden via de elite langzaam onze taal binnen. Het Engels stroomt in korte tijd van alle kanten binnen. Het loopt de spuigaten uit.
Daarbij lezen Italianen het werk van Dante zonder problemen omdat vroeger de Italianen besloten dat het afgelopen moest zijn met de dialecten. Ze hebben gekozen om het Italiaans van Dante als De Italiaanse taal te benoemen. Geen idee of het sindsdien is aangepast of veranderd, maar ik verwacht dat dit in Italië minder het geval was dan hiero in NL.
Is ‘barbarisme’ niet een barbarisme? En noemen we het dan een hellenisme?
Ik heb pas verwoord wat ik van taalpurisme vind in het blogje “Een taalnasi, sambal bij?” Wellicht verschaft het iemand genoegen het te lezen:
http://so3riquet.blogspot.com/2011/05/een-taalnasi-sambal-bij_31.html
Het staat vol met leen- en bastaardwoorden en barbarismen.
Het belang van taal zit ‘m in wat ermee gedaan wordt. En dat is niet alleen ‘in het hier en nu’ met elkaar communiceren. Veel pogingen om een taal ‘puur’ te houden zijn gebaseerd op de wens het eerder geschrevene leesbaar te houden voor lezers van later. Ondoordachte spellingshervormingen zijn in dat opzicht grotere boosdoeners dan leenwoorden.
Weet je wat ik erg vind? Als mensen zeggen dat iets “niet hun kopje thee is” …. Die vind ik persoonlijk lelijker dan “een punt hebben” !!!
Wat zeg je dan ipv evalueren en data?
“Beoordelen” en “gegevens”.
@ Luella (7 juni 22:49)
Je gebruikt een “gezagsargument” zonder gezag: het boek van G.C. Molewijk is gewoon waardeloos. In plaats van “meer informatie” vind je er vooral veel desinformatie, en alle mogelijke nonsens over echte en vermeende spellingaanpassingen (en dito “goede” en “slechte” aanpassers). Als je “waanideeën” wil vermijden, ga dan vooral niet te rade bij Molewijk.