| wat | voorlezen |
|---|---|
| aan wie | volwassenen |
| bedoel je op cd? | nee, in het echt |
Tot mijn grote geluk leerde ik tijdens mijn studie iemand kennen die mijn voorliefde voor voorlezen deelde. Dit is heel onnauwkeurig uitgedrukt, want wij wisten toen nog niet dat wij van voorlezen hielden. Waar kwam het plan vandaan om elkaar grotemensenboeken voor te lezen? Had ik misschien net een brief van de historicus Johan Huizinga gelezen, waarin hij zijn adressant vraagt om goede voorleesboeken? Welnee, ik was verliefd op een meisje dat bij het afwassen graag voorgelezen wilde worden. Zonder afwas hebben wij dit overgenomen.
Inmiddels omvat de lijst van voorgelezen auteurs onder anderen Heine, Gogol, Poe, Baudelaire, Flaubert, Tolstoj, Leskov, De Maupassant, Nescio, Kafka, Céline, Hermans, Reve, Elsschot en Toergenjev. Van de laatste twee schrijvers is mij trouwens bekend dat zij na voltooiing van een werk vaak vrienden uitnodigden om hun dat voor te kunnen lezen. Ons oordeel luidt dat Reve zich van al deze schrijvers het beste laat voorlezen.
Ik geloof dat dit tijdverdrijf weinig liefhebbers heeft, want ik heb hier dus niet het gebruik op het oog om in de file naar cd’s van Arthur Japin te luisteren. Eenmaal thuisgekomen, zijn die filerijders vaak nog net op tijd om hun kinderen naar bed te kunnen brengen. Hierbij lezen zij zelf voor, maar ik beveel het aan om dit niet aan je kinderen voor te behouden en na Jip & Janneke je wederhelft eens te verblijden met een voorlezing van Wat ik nog weet, een prachtige bundel autobiografische stukjes van diezelfde Annie M.G. Schmidt.
Het heeft een aantal voordelen. Ten eerste word je niet telkens onderbroken met vragen en opmerkingen die geen betrekking hebben op het vertelde (‘… en daarom wilde de opa-mus niet naar Griekenland op vakantie’ – ‘Wanneer mag ik weer ’s bij opa logeren?’), en ten tweede kun je naderhand in gesprek gaan over het boek. Nu kun je wel een boek lezen en daarna tegen iemand zeggen: ‘Dat en dat boek moet je lezen, want dat is heel goed’, en als het een beetje meezit, leest diegene dat goede boek ook. Wanneer hij je echter een jaar later vertelt dat hij dat en dat boek gelezen heeft, bestaat de kans dat de plot je volledig ontschoten is en dat je verbaasd moet uitroepen: ‘Wat, schiet hij de priester dood?!’
Hoeveel plezier ik ook beleef aan het voorlezen (en voorgelezen worden), ik heb één handicap: ik spreek in het dagelijks leven vrij onduidelijk. (Zo bestelde ik op een warme zomerdag na een lange treinreis eens een ijsthee op het station van Groningen. Ik kreeg een aansteker. Hierop liep ik naar het restaurant waar ik had afgesproken en bestelde ook daar een ijsthee, waarna de serveerster mij – ongelogen – vroeg of ik iets bij mijn uitsmijter wilde drinken. ‘Nee, laat die uitsmijter maar zitten. Ik wil een ijsthee.’ ‘Sorry, een wat?’ ‘Een IJS THEE.’ ‘Oh, een Ice Tea, komt eraan.’) Ik moet mijn stem dus aanpassen. Dit kost het voorlezen één ster, omdat mijn voorleesstem mij voorkomt alsof ik heel overdreven articuleer. Het is alsof ik Nederlands spreek tegen iemand die de taal nog niet volledig machtig is, en waarbij niet alleen iedere lettergreep te on-der-schei-den moet zijn, maar ook GOED TE VERSTAAN.
Deze bijdrage verscheen eerder in de Volkskrant van 5 juli 2011











Ja! Hier wordt ook voorgelezen in huis (zowel aan kinderen als aan volwassenen) en we hopen de volwassene-voorleestrend voort te zetten door onze kinderen -en daarmee volwassenen2be- ook ons te laten voorlezen. Het plot van ‘Pim en de Vis’ is me nog niet ontgaan. Tot nu toe gaat het goed.
Ik heb een probleem met voorlezen: wanneer ik mijn kinderen voorlees – en dat doe ik dagelijks – moet ik al na twee zinnen gapen. Dan zeg ik sorry (dochter zegt dan vriendelijk ‘geeft niet’) en ga ik verder, om telkens weer te moeten stoppen voor een lange geeuw. Onderdrukken lukt niet, dan krijg je een raar geluid. Met of zonder stemmetjes voorlezen maakt geen verschil. Het heeft ook niet te maken met het verhaal dat ik voorlees: Bij Wiplala en bij Koning van Katoren heb ik het net zo erg als bij ’365 muizenverhaaltjes voor het slapen gaan’ (die echt heel slecht zijn).
Ik denk dat ik daarom liever word voorgelezen dan dat ik zelf voorlees. Hoewel ik ooit een geliefde had die mij – als volwassen vrouw – voor het slapengaan graag een kinderboekje voorlas en dat gaf me een wat ongemakkelijk gevoel, omdat ik niet goed wist wat voor houding ik erbij moest aannemen.
Nou ja, dat heb ik precies ook zo! Altijd een dikke gaap zodra ik ga voorlezen, te bizar…
Ja dat heb ik ook altijd!
Vervelend he, dat gegaap. Nu ik eraan denk begin ik weer!
Ik denk dat het iets met je ademhaling te maken heeft ofzo.. dat die anders is als je voorleest. Off je wordt er gewoon heel ontspannen van.
Voorlezen vind ik geweldig. Helaas beheerst mijn geliefde het Nederlands nog niet goed genoeg, dus word ik wel steeds onderbroken met vragen… maar wie weet komen we ooit nog aan Reve toe.
Voorgelezen worden vind ik trouwens een ramp, dat gaat me veel te langzaam!
Toevallig kwam ik dit filmpje tegen op youtube. Een vrouw heeft een verhaal verzonnen over Toast with butter. Leuk verhaal en ze leest ‘t ook nog eens goed voor!
Vanaf 1:05
http://www.youtube.com/watch?v=fbI4vpu4J3o&feature=relmfu
Hij schiet de priester dood – een zeker boek van Willem Elsschot in gedachten?
Voorlezen en dus overdreven articuleren, is wel een goede training om in het dagelijks leven ongemerkt ook iets duidelijker te gaan articuleren.