| wat | hooien |
|---|---|
| wanneer | in de zomer |
| waarom | de paarden |
Wanneer het een aantal dagen zonnig weer is en ik de geur van vers gemaaid gras ruik, word ik overvallen door de hoop dat mijn vader mij zal meenemen naar de boerderij van mijn grootouders om daar een begin te maken met het hooien. Daarvoor is het nu veel te vroeg, want het hooien gebeurt pas in de zomer.
Ook is het daarvoor veel te laat. De boerderij is afgebrand, mijn grootouders zijn dood, en alsof ik nog zou kunnen twijfelen aan de woorden uit Jesaja dat ‘alle gras verdort en de bloem afvalt’, is mijn vader ernstig ziek. Maar als de geur mij niet bedriegt, belichamen die zomers uit het begin van de jaren negentig het volmaakte geluk.
Hoewel hij toen al ver in de zeventig was, verzorgde mijn grootvader die paar hectare land alsof het de Hof van Eden was – vermoedelijk om niet te sterven van verveling of, waarschijnlijker nog, om vooral mijn grootmoeder haar zin niet te geven, die het liefst een appartement wilde betrekken of in ieder geval een onderkomen waar geen ruimte zou zijn voor het viertal paarden dat mijn opa hield.
Ik wilde en mocht alle onderdelen van het hooien bijwonen. Daartoe was er op het linkerspatbord van de tractor, die geen cabine had, een zitje gemaakt. Ik zag hoe de cyclomaaier het gras maaide, de schudder het hooi schudde en de baaltjesmachine baaltjes maakte. Als die waren verzameld en bij de hooiberg werden uitgeladen, bracht mijn oma limonade en bier. Ik kreeg er hoofdpijn van. Van de limonade, bedoel ik, omdat ik hem te snel opdronk.
Nadat het hooi was geschud en voordat er baaltjes van kon worden gemaakt, moest het worden gewierst. Mijn vader zat achter het stuur, en terwijl ik doezelend in de avondzon zag hoe het hooi tot rechte lijnen werd geharkt, tilde hij mij opeens op, zette mij op zijn schoot en gaf mij het stuur in handen.
‘Papa, geef eens gas.’
‘Hoezo, moeten we ergens heen?’
‘Nee, maar geef toch maar gas.’
‘Maar dan is het veel te snel voorbij.’
Deze recensie verscheen op 29 maart in de Volkskrant.











Ahhh
Jaja! Voor mij ook 5 sterren! En het spannendst was om aan het eind van de avond bovenop de hooiwagen te zitten en naar huis rijden, en bukken zodat je niet met je bolletje de spoorlijndraden raakte.
Toch niets mis met bovenstaande reacties? Hebben we een minnaar in de zaal?
Een zitje op het spatbord, had mijn opa ook!
)
Geweldig werk, hooien. De spanning als er donkere wolken aan komen, krijgen we het droog binnen?
En idd boven op de wagen terug naar de schuur rijden… en ineens ben je oud genoeg om zelf te mogen rijden op de trekker. Is zeker ook wel wat voor meisjes (en minder zwaar dan balen tillen
Woon inmiddels niet meer thuis, maar krijg er wel zin in!!!
Liefste recensie evâh.
Jaa, herkenbaar. Mijn opa is recentelijk wegverhuisd van zijn ‘hooiboerderij’ dus ik mis het ook. Vroeger zat ik altijd op de pakjeskar en dronk ik lauwe cassis (want het was standaard meer dan dertig graden) met mijn zus die doodging van de hooikoorts. Later inderdaad rondjes rijden met de pakjeskar om alles op te halen. En alle schrammetjes op je voeten van de uitgedroogde overgebleven grashalmen. Oh wat mis ik dit!
Ik word altijd wat ‘weemoedig’ van jouw recensies. Ook al heb ik nog nooit gehooid.
je vergeet het ijs van oma!!