| wat | mijn Keurslager |
|---|---|
| waar | Ceintuurbaan |
| waarom | ze zijn daar heel vriendelijk |
| behalve tegen koeien zeker | behalve tegen koeien |
Ik kom weleens bij de slager. Mensen uit de provincie zullen nu denken: Haha, ja logisch, waar haal je anders je vlees? Maar voor iemand uit Amsterdam, waar de Albert Heijn-dichtheid zo rond de drie per vierkante kilometer ligt, is dat best verwonderlijk. Ik kom er dan ook eigenlijk niet om lappen vlees te kopen, alleen maar voor de broodjes.
Deze keurslager verkoopt namelijk gewoon simpele broodjes. Geen focaccia seranoham met kappertjes en lente-ui, met daaroverheen een basilicummosterd met kruiden uit de tuin van Ambachtelijke Kruidenboer Jan de Wit van de Kostverlorenkade. Gewoon een broodje kip. Zo’n zacht broodje, dat je vroeger mee kreeg als je je wandelvierdaagse ging doen, en die aan het einde onder de gesmolten Fruitella zat. Wel mag je kiezen — het blijft een slager — tussen wit of bruin vlees van de kip. Ik vergeet altijd welke de beste is dus ik zeg gewoon ‘dat goede stuk’.
Daarnaast begrijpt mijn keurslager nog het vriendelijkheidsbeginsel. Misschien zelfs in iets te hoge mate. Als ik daar binnenkom en ‘goedemorgen’ zeg, wenst de dame achter de balie mij heel vriendelijk hetzelfde. De slager, die even verderop allerlei dingen staat te hakken, antwoordt een seconde daarna ook met ‘goedemorgen!’. Een derde gezicht verschijnt van achter het muurtje: ‘Goedemorgen!’ Bij het verlaten weer: ‘Tot ziens!’, ‘Tot ziens hoor!’, ‘Tot ziens!’ En vanuit een open kelderluik: ‘Tot ziens maar weer!’
Eerder schreef onze 10e er al over: het groeten van onbekenden. Het stramien is: hoe groter de bevolkingsdichtheid, hoe minder geneigd mensen zijn om onbekenden te groeten. In de stad groeten soms zelfs bekenden elkaar niet (‘Oh even geen zin in een praatje’). Aan de andere kant sta je gek te kijken als je in de Sahara, volledig uitgedroogd en laveloos, na twee weken een andere laveloze wandelaar tegenkomt, die even ‘hoi’ knikt en weer doorloopt.
Mijn slager is hierop een welkome uitzondering. Daarvoor, en voor de lekkere, maar simpele broodjes, vier sterren. Waarom niet vijf? Je kunt daar ook verse jus kopen, maar die kost twee euro. Ja, dáág! (Daag, dag hoor! Tot ziens maar weer! Dahaag!)
Deze recensie verscheen op dinsdag 14 augustus 2012 in de Volkskrant.












1 ster aftrek voor het niet linken naar de blog van 10e
Oooh pardon! het is allemaal handwerk! Doe ik meteen.
Wie slacht jouw slager in die kelder?
Wij hier in Delft hebben er ook een aantal van zulke. Neem Slager Leo. Da’s al tig generaties een keurslager die simpele én iets minder simpele broodjes maakt (o.a. keuze uit pistoletje, bruine en witte Italiaanse bollen). Die man loenst en zegt iedereen, maar dan ook iedereen uit-ge-breid gedag. En bij de meisjes doet hij er een schepje kwijl bovenop. En meisjes komen er hoor, allemaal van die corpsmeisjes. Want ja, Delft + goedkope broodjes = corpsmeisjes. Toch? En er werken van die blonde dozen die te stom zijn om iets anders te doen dan elke dag, heel de dag (anders nog iets?) broodjes te smeren. BROODJES, VOOR GOD Z’N SAKÉ…
In ‘de provincie’ hebben we ook Albert Heijns hoor :/
Hahahahahahha ik moest zo lachen