Het Bureau

voskuil
wathet Bureau
wanneerde afgelopen week
heb je het al uitnee
hoe kan dat nou?!het spijt me

Ik dacht het mij in een week zou lukken, maar dat is niet uitgekomen: het lezen van Het Bureau van J.J. Voskuil. In 2002 dacht ik trouwens hetzelfde van het ook al zevendelige, zij het minder omvangrijke Op zoek naar de verloren tijd van Proust, maar ik liep in deel twee en vijf zo vast in enkele ellenlange uitweidingen over de psychologische distinctiestrategieën van een paar knotsgekke Parijse aristocraten dat het me uiteindelijk een half jaar heeft gekost om het boek te lezen. Ondanks mijn gebrekkige inschattingsvermogen ben ik op de helft van Het Bureau, en dat betekent dat ik nog maar 2500 bladzijden heb te gaan. De gedachte dat het op een dag uit is, stemt mij steeds weemoediger.

Klik voor groter

Waar die behoefte vandaan komt om de Usain Bolt onder de lezers te zijn, weet ik niet. Zo’n prestatie is totaal zinloos, want het is werkelijk geen teken dat Het Bureau een slecht boek zou zijn als ik er een jaar over zou doen. Bovendien is het moeilijk, zo niet onmogelijk om te meten of anderszins vast te stellen dat ik elke letter van het boek heb gezien; ook zijn er geen prijzen te winnen en na het lezen word ik ook niet opgewacht door het staatshoofd dat mij een onderscheiding op wil spelden. Misschien is die sprintmetafoor slecht gekozen. Het is eerder een marathon. Of nee, een potje kogelslingeren. (Wat ben ik blij dat de Olympische Spelen voorbij zijn.)

Natuurlijk is er nog een reden waarom ik aardig opschiet in een duizenden bladzijden tellende roman over de verwikkelingen op een wetenschappelijk instituut: het is briljant. Zo had ik het bijvoorbeeld niet voor mogelijk gehouden dat ik mij ooit uren lang in spanning zou afvragen of de redactie bijeen zou blijven van een wetenschappelijk tijdschrift met 220 Vlaamse en 80 Nederlandse abonnees. Ook is het onweerstaanbaar geestig. Mijn favoriete citaat tot dusver: ‘Als hij ooit gedacht had dat het mogelijk moest zijn om een team samen te stellen van fatsoenlijke mensen zonder enige ambitie, dan was nu gebleken dat dat een illusie was.’

Deze recensie verscheen op 23 augustus 2012 in de Volkskrant.

3 Comments

  1. +1-181
    Keith

    De uitspraak “stemt mij steeds weemoediger” wordt niet ondersteund, zelfs ontkracht, door de bijbehorende grafiek. Daar is duidelijk te zien dat de weemoed geruime tijd gelijk is gebleven.

  2. +1-102
    Carlo

    Het hoorspel op Radio 1 is werkelijk oersaai. That’s all I know.

  3. +1-120

    Misschien toch nog maar eens een poging wagen dan. De hele familie, inclusief oma, heeft ‘Het Bureau’ verslonden, maar ik zelf viel er vooral lekker bij in slaap. Maar nu zie ik dat oma mij gewoon had moeten uitleggen dat ik door had moeten lezen tot het logaritmische deel van de weemoedcurve begon. Ik heb het duidelijk voortijdig opgegeven, ergens in een vroege lag-phase. Bedankt Gustav, dat geeft de burger moed!

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>