| wat | een dealtje |
|---|---|
| waar | op straat |
| met wie | wat Indiërs |
Toen ik mijn fiets op slot had gezet kwamen ze naar me toe. Vier mannen. Ik hoorde aan hun accent dat ze uit India kwamen. Ze keken boos, opgefokt. In een cirkel kwamen ze om me heen staan. Degene die de baas van het gezelschap bleek te zijn boog zich naar mij toe en zei zacht: ‘You help us.’ Hij zei het alsof ik geen keuze had. Mijn hulp was eenzijdig bepaald.
Omdat ik me al jaren voorbereid op onaangename confrontaties en ik wist dat het er nu van zou komen, kneep ik mijn ogen tot spleetjes, verlaagde ik mijn stem, zoog lucht in mijn borstkas en zei: ‘What do you want?’
Ik schatte mijn kansen in als het op vechten aan zou komen. Nihil.
‘We need money,’ zei de baas. De anderen knikten.
‘For what?’ vroeg ik met mijn rauwe filmstem.
‘To pay the parking-meter.’
De anderen knikten weer. Ze wezen op de parkeermeter voor mijn huis en daarna op de gehuurde Toyota Prius langs de kant van de weg.
‘We have a creditcard but it doesn’t work.’
‘We give you cash,’ zei een ander, ‘And you pay with your card.’
Ik keek om me heen. De verste man droeg een kaart van Amsterdam. Op de achterbank van de Prius zat een kinderzitje. Het was niet de situatie zoals ik hem in eerste instantie had ingeschat. Het waren toeristen. Ze vroegen om mijn hulp.
‘Please?’ zei de baas.
Ik liet me mijn spannende confrontatie niet afpakken en bleef in mijn rol. De denkbeeldige tandenstoker verschoof ik naar de zijkant van mijn mond.
‘Show me the cash,’ zei ik.
De baas van het stel wendde zich naar een van de anderen.
‘Show him the cash,’ zei hij. Hij speelde mee. Ook de anderen acteerden dat ze hier op straat in het centrum van Amsterdam een criminele deal sloten. Ze zochten in hun jaszakken en verzamelden briefjes van vijf. Drie briefjes. Ze vouwden ze op, alsof het om een stapel honderdjes ging. De baas nam het geld aan, keek om zich heen en gaf het aan mij.
Ik telde het geld, keek op en knikte naar de baas. Ik stak mijn pinpas in het apparaat, typte mijn pincode in en betaalde voor drie uur parkeren.
‘It’s done,’ zei ik. ‘Your car is safe.’ Toen tikte ik mijn voorhoofd aan, keek een laatste keer om me heen en liep naar mijn voordeur.
‘Yo, wait,’ zei de man.
Ik draaide me om.
‘Nice doing business with you,’ zei hij. Ik glimlachte. Maar niet te lang.
Het was het hoogtepunt van mijn weekend. Vier sterren voor mijn deal met de Indiërs.
Deze recensie verscheen op 20 september 2012 in de Volkskrant.














Muhwahaha
Net echt!
Eigenlijk had je ze dan op het laatst nog moeten antwoorden: ” I don’t know what you’re talking about” alsof je het meent en dan weglopen, zou het geheel hebben afgemaakt. Maar desondanks mooi verhaal.
Haha, jha, jammer dat jij er niet bij was om dat te zeggen! Had best wel vet geworden volgens mij, met mimiek en alles ook!
15 euro voor drie uurtjes parkeren? Dat is pas een criminele transactie!
Compleet briljant! Hoogte punt van mijn dag!
Ademloos gelezen. Geweldig!